Kwaliteitsborging op het melkveebedrijf maakt integraal onderdeel uit van het kwaliteitsbeleid van de ontvanger en/of verwerker van boerderijmelk. Ook in de handel en export van melk- en zuivelproducten is een aantoonbare borging van het productieproces op het melkveebedrijf een essentieel onderdeel.

De melkveehouder staat aan de basis van hoogwaardige rauwe melk en vormt een belangrijke schakel in het productieproces van zuivelproducten. De ontvanger van boerderijmelk vraagt haar leverende melkveehouders om aantoonbaar te maken dat de bedrijfsvoering op een aantal punten geborgd is. Binnen het kwaliteitssysteem Keten Kwaliteit Melk (KKM) is dit op professionele wijze georganiseerd.

KKM handboek

Het handboek is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met ontvangers en/of verwerkers van boerderijmelk. Bij het opstellen is onder andere rekening gehouden met de Europese wet- en regelgeving, zoals hygiëneverordeningen met betrekking tot levensmiddelen. Daarnaast bevat het handboek normen die zijn gebaseerd op Nederlandse wet- en regelgeving. In het handboek zijn ook specifieke sectoreisen opgenomen. Sectoreisen hebben als doel om aantoonbaar te maken hoe de Nederlandse melkveehouderij op een specifiek onderdeel presteert, bijvoorbeeld antibioticareductie of de zorg van jonge kalveren.

Het KKM handboek is beschikbaar voor melkveehouders die aangesloten zijn bij een zuivelonderneming die gebruik maakt van KKM.

In het KKM-handboek zijn een aantal verwijzingen opgenomen. De actuele verwijzingen kunt u vinden op de pagina “Verwijzingen KKM Handboek”.

Beoordelen en administratief toetsen

Middels aangekondigde en onaangekondigde bezoeken wordt beoordeeld of de melkveehouder voldoet aan de gestelde normen. De beoordeling bestaat uit een fysieke inspectie van het melkveebedrijf en een controle van administratieve zaken. Welke administratieve documenten dat zijn staat beschreven in het document “KKM – Klaar te leggen documenten”

Naast de fysieke beoordelingen worden ook diverse normen administratief getoetst, centraal op het kantoor van Qlip. Dit zijn o.a. de toetsing op dierziektestatussen zoals Leptospirose, Para-TBC, IBR, BVD, maar ook normen met betrekking tot gebruik van antibiotica(dierdagdosering) en kerngetallen aangaande kalveren. Indien de melkveehouder Qlip of de zuivelonderneming heeft gemachtigd verloopt dit proces automatisch. Op basis van de machtiging wordt de benodigde informatie bij derden opgehaald. Zodra wordt vastgesteld dat de melkveehouder niet voldoet aan één van de administratieve normen, wordt de melkveehouder daarover schriftelijk geïnformeerd.

In alle gevallen wordt de melkveehouder geïnformeerd over de uitkomst van fysieke en administratieve beoordelingen. Indien het bedrijf aantoonbaar voldoet wordt een KKM-erkenning door Qlip verleend of verlengd. Hoe dit in zijn werk gaat leest u in het document “KKM – Beoordelen en certificeren”.

Qlip is voor deze activiteiten geaccrediteerd volgens ISO/IEC 17020 (RvA reg.nr. I121).